Doe ‘de Dip’- deel II: opstaan en weer doorgaan

(Deze blog publiceerde ik eerder onder de naam ‘Opkrabbelen – een volgende poging’. Nu herschreven en aangevuld als onderdeel in het tweeluik over het ingaan en uitkomen van een dip of depressieve periode.)

In december schreef ik een stukje hoe het met mij ging en specifiek over de prikkelverwerkingsstoornis die ik heb. Je zou wel kunnen zeggen dat het een ‘low point’ was. Nu, eventjes later maar, is er een kentering in de situatie gekomen, die ik dan ook graag deel.

De weg naar beneden

Afgelopen zomer ging het heel lekker. Ik deed veel, het zonnetje gaf de nodige energie en mijn activiteitenniveau liep gestaag op. Ergens knaagde een stemmetje dat zei:”Ehm…. gaat het niet een beetje tè goed? Voel je nog wel goed? Weet je zeker dat je dit allemaal aankunt?” Maar ik kon er eigenlijk niks mee. Ik had geen signalen dat het niet goed zou zijn. In september ging het normale, postvakantieleven weer van start en ik had meer tijd alleen en dacht:”Dit komt wel goed.”

Totdat eind september de man met de hamer kwam. Ik werd vreselijk moe, hondsmoe en was snel overprikkeld. En ik werd labiel. Mijn medicijnen leken ook niet helemaal goed meer te werken.
Bij deze signalen schaalde ik mijn activiteitenniveau af en dacht opgewekt:”Ik ben er eerder bij dan vorig jaar en ik reageer snel, dus misschien sta ik er over een paar weken weer fris voor.”

Nou, helaas, dat was niet het geval. Ik zakte dieper en dieper; kon steeds minder hebben, mijn lontje werd steeds korter en moest ik wel concluderen dat ik kennelijk toch weer teveel van mezelf had gevraagd in de zomer, net als vorig jaar. En mijn medicijnen werkten niet voldoende meer, dus moest ik iets ophogen, waar ik hartstochtelijk van baalde.

Mijn handicap, de prikkelverwerkingsstoornis, vierde hoogtij en was allesbepalend. Ik raakte geïsoleerd, en kon, wederom, alleen nog maar zitten en Netflixen. Ik was daardoor flink gedeprimeerd, zoals te lezen was in mijn blog van 8 december 2022.

Dieptepunt

Ik ploeterde natuurlijk moedig door. Slapen, rusten, structuur houden, kijken wat ik nog wél voor de kinderen en het huishouden kon betekenen et cetera maar mijn gemoedstoestand was niet om over naar huis te schrijven. Mijn perspectief was ook niet goed. Weg leek de mogelijkheid om ooit nog energiek en jong en blij in de maatschappij te functioneren. Wat móést ik met mijn intelligentie die zo graag haar tanden ergens in wilde zetten en met al die liefde die ik niet kwijt kon aan mijn kinderen of aan anderen. Ho-pe-loos.

Op een gegeven moment dacht ik: “Ik moet echt iets. Ik MOET uit een ander vaatje gaan tappen want zo gaat het niet langer. Ik vroeg mezelf ook af of ik nog wel wilde leven. Gelukkig kwam er acuut een antwoord uit mijn binnenste: ik voelde zoveel levendigheid in mijn borststreek dat dat als een duidelijk ‘zeg maar ja tegen het leven’ kon worden opgevat.

Ik herinnerde me opeens een zinnetje, dat ik waarschijnlijk ergens gelezen had. Het was:”Kun je gelukkig zijn ondanks je omstandigheden?” En ergens had ik in ieder geval theoretisch het antwoord van”ja, ik weet wel een beetje hoe dat eruit ziet.”

Kentering

En dat zinnetje werd voor mij de crux. Kun je gelukkig zijn, los van je omstandigheden? Gewoon nu, op deze plek, in dit lijf. En ondanks dat ik het niet meteen kon, was het wel een rinkelend belletje waar ik me op kon richten. Ik kon het zinnetje door me heen laten gaan en kijken wat ik me er nog bij herinnerde.

Ik had in ieder geval direct een associatie met het boeddhisme. Als ik me enkele auteurs voor de geest haalde, zoals Thich Nhat Hanh of Pema Chödron, stelde ik me hen altijd voor met een gelukzalige, gelijkmatige glimlach, waar ze ook over spraken.

Gelukkig zijn, los van je omstandigheden, gaat voor mij over helemaal hier en helemaal nu. Dat wil zeggen: helemaal los zijn van de concepten die je over je leven hebt, zoals in mijn geval het kwijt zijn van een werkzaam leven of het missen van sociale contacten. Dat je gewoon alleen maar jezelf bent en wat je op dat moment om je heen hebt: je fijne slaapkamer, je eigen hart, de zon die schijnt. En daarin de liefde voelen voor de ‘basic goodness’ van alles (inclusief jezelf).

Ik denk achteraf wel dat ik op deze plek uit kon komen door de combinatie van twee dingen: het werk dat ik aan mijn binnenkant heb gedaan de afgelopen jaren en mijn ervaring op retraites (van de school voor Zijnsoriëntatie) waar ik kennis maakte met die basic goodness en de absolute liefde van ‘gewaarzijn’.

Opstaan en weer doorgaan

Maar goed, met deze lichte kentering was ik nog niet herrezen. Ik zonk in ieder geval niet dieper meer en had contact met iets anders in me dan de misère.

Ik had nog iets praktisch nodig. Iets dat me hielp om vanuit de morsige put van stilstand (dat is wel hoe ik depressie ervaar, als een absolute afwezigheid van dynamiek) omhoog te komen.
Ik stelde me voor dat het goed zou zijn om verplichtingen te creëren voor mezelf. ‘Ieder mens heeft verplichtingen’, hoorde ik mijn moeder wel eens streng zeggen. Zo is het ook voor anderen: mijn kinderen moeten naar school en mijn man naar het werk. Maar ik, ik hoef in principe niks.

‘Misschien’, dacht ik, dat als ik weer structuur maak in mijn dag, een structuur die verder gaat dan regelmatig eten en slapen, dat mijn systeem het oppikt en …… frisser wordt?
Een poging waard.

STRUCTUUR!!!

Als eerste moet me even van het hart dat ik een flinke weerstand heb tegen dit plan. ‘Dingen moeten’ stuit me flink tegen de borst, blèg! Ik wil helemaal niks MOETEN! Ik vecht al jaren tegen de ‘je moet dit en je moet dat’-stem van de kritische ouder. En mijn rebel/punker-modus (een beschermmodus) gooit zijn kont tegen de krib en zegt met de armen over elkaar: “NOI!!!”

Oké, goed om te zien. Ik zal dus als Gezonde Volwassene moeten zeggen:”Oké, ik hoor wat je zegt Rebel, ik zal moeten opletten dat ik niet te streng wordt met het mezelf opleggen van de verplichtingen. En zorgen dat er genoeg ruimte blijft voor lossigheid en spel. Maar…. we gaan het wel doen. Ga jij maar lekker op je kussen zitten mokken, je hoeft niet mee te doen. Maar ik ga het wel doen.”

Ik voel nu dat mijn weerstand minder is. In ieder geval is er geen spelbreker meer. Nice.

Mogelijke verplichtingen

Ik kan mezelf op meerdere manieren verplichtingen geven, zie ik. Ik kan bijvoorbeeld een vast dagschema maken met daarin elke werkdag huishoudelijk werk en iets van beweging, ontspanning en hobby. Eerlijk gezegd denk ik dat mijn rebel dan in no-time weer op de barricades staat om roet in het eten te gooien.

Ik zou ook een lijst kunnen maken met ‘mogelijke’ verplichtingen waarbij ik elke dag opnieuw aanvink wat ik die dag wil doen, te kiezen uit het plethora van menselijke activiteiten. Wat kan je namelijk veel doen zeg op een dag! Of liever gezegd, wat zijn er toch een hoop activiteiten te verzinnen en wat zit er toch weinig tijd in één dag.
Onderstaand een schema met activiteitendomeinen die ik optekende.

Dit schema heb ik vervolgens omgezet in een ‘vinklijst’ waaruit ik ’s ochtends mijn dagschema kon opstellen. Voilá.

Dus……
Vanaf vandaag ga ik mezelf verplichten een leven te leiden met meer activiteit. In de hoop mijn brein op te frissen zonder dat ik mezelf overprikkel en met als bijproduct meer voldoening te halen uit mijn dag. Ik neem me ook voor om bij het kiezen van de activiteiten ook in mijn modiraad rond te kijken en te kijken waar ik behoefte aan heb die ochtend. Klinkt goed.

Naschrift

Enkele maanden later merk ik dat deze aanpak me veel goed heeft gedaan. Terugkijkend zie ik dat ik in bovenstaande aanpak een aantal belangrijke dingen bijeengebracht: een doel (grofweg: gaan leven in plaats van vegeteren), concrete stappen en een en ander in afstemming met mijn binnenwereld. Deze combinatie zorgde voor een levensvatbare aanpak.

Inmiddels ben ik een paar maanden verder en intussen heb ik een volgende stap kunnen zetten. Ik heb een grotere uitdaging kunnen stellen, namelijk vitaler worden! Dit doel heb ik volgens de denkwijze van Ben Tiggelaar uitgewerkt. Samengevat: Doel gesteld met subdoelen, bijbehorend gedrag bepaald, mijlpalen met bijbehorende beloningen benoemd, alarmpjes ingesteld en een wekelijks dagboek in het leven geroepen. En steun georganiseerd door twee mensen te vertellen wat ik wilde doen. Dit alles met een looptijd van drie maanden.

Aan het einde daarvan was ik twee kilo afgevallen, energieker, blijer en had ik een paar nieuwe eetgewoontes ontwikkeld. Lang niet slecht!!

Weer blij

De grootste winst is natuurlijk dat ik weer in het zadel zit. Ik hield in de dip niet voor mogelijk dat ik weer veel meer zou kunnen en gelukkig klopte dat niet. Iemand zei me ook dat ik, wanneer ik weer verslechtering heb van mijn zintuigen en overprikkeling er niet zo van hoef te schrikken. De schrik heeft er namelijk wel voor gezorgd dat ik mentaal dieper landde dan nodig was. De schrik zette een lawine van negatieve gedachten in beweging, die ik nu, dankzij zijn tips, niet meer zo zal laten afgaan. Ik kan nu rustiger blijven bij het ervaren van tegenslag en dat zal me bij een (hopelijk uitblijvende) volgende dip, zeker helpen.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *