Huishouden II – pad naar bevrijding

Deel I resumerend: een schoon en opgeruimd huis is fijn, maar vaak een niet te bereiken illusie, als je het zelf voor elkaar moet krijgen tenminste. En die veelheid aan schoonmaak- en administratieve taken kan al snel verworden tot een psychologische berg die niet te bedwingen valt en dreigend boven je uittorent.

Naast de relativerende bemerking dat zo ongeveer ieder stel/gezin hiermee kampt, wil ik me toch graag bevrijden van die enorme druk die ik ervaar bij het tegenkomen van ongedaan werk: zowel van dagelijkse kleine dingen als van grote klussen.

In dit deel besteed ik aandacht aan de oude en los te laten programmatuur die er gaat draaien in relatie tot huishoudwerk. Ik kijk wat het is en hoe ook het kan ontkrachten cq afbouwen.

Voorgenomen pad naar bevrijding

In deel I bedacht ik me daar op de volgende manier van te bevrijden.

  1. structuur aanbrengen in schoonmaken, administratie en klussen doen
  2. opsnorren welke oude programmatuur er nog draait die mij dwars zit
    En vervolgens
  3. die oude programmatuur afbouwen
  4. die structuur bijstellen totdat die past, zowel praktisch als op wat ik belangrijk vind

En ik nam me een nieuwe structuur voor: 3 x 20 minuten per dag te besteden aan het huishouden (details zie hier).

Verhalen uit het verleden

Maar goed, nu het hanteren van een nieuwe huishoud-doe-structuur, is opgezet, is het tijd om naar binnen te kijken en af te dalen in de krochten van de ziel. En ja, dan is het dus ook tijd om te kijken naar jouw/mijn verhalen uit het verleden. Waarom? Omdat ik na al het uitzoekwerk op andere onderwerpen wel heb geleerd dat er meestal wat hang ups zijn, dat er wat onhandige programmatuur uit vervlogen tijden draait. En nee, niemand heeft zin om in het verleden te gaan graven, maar ja, het is echt nodig en voor een goed doel!

Oude programmatuur

Tijd dus om te onderzoeken welke opvattingen of gebeurtenissen daaraan ten grondslag liggen zodat ik die programmatuur kan afbouwen.
Daar gaan we dus: “Welke zinnen, gebeurtenissen, voorbeelden had jij?” Bij mij komen zo de volgende boven.

  1. norm: mijn moeder is een behoorlijk perfecte huisvrouw, bij ons was alles altijd aan kant. Dit is dus ook (onbewust) mijn norm geworden want dat was gewoon.
  2. opvatting (inclusief schema): “Als ík het niet doe, gebeurt het niet” c.q. ik sta er alleen voor. ‘Verlatenheid’ is een schemadomein voor mij, dit zinnetje brengt mij dus bij diep verdriet)
  3. opvatting (inclusief norm): ik heb nu een gezin: voor mezelf kan ik het wel wat laten verslonzen, voor mijn kinderen zou dat niet goed zijn (dan ben ik een slecht voorbeeld, het is slecht voor de sfeer en hun gezondheid)
  4. ik heb straffende ouderzinnen in mijn hoofd bij dit onderwerp. Als ik langs een berg(je) ongevouwen was loop dat er al een tijdje ligt klinkt de stem: “Zucht, heb je dat nou nóg niet opgeruimd?” of bij het vloerkleed in de gang beneden: “Zucht, heb je nou nóg niet stofgezogen? En je bent er al minstens vijf keer langsgelopen!”
  5. iets van een andere orde wat me opvalt: ik doe alles gehaast. In de wetenschap dat er nog een berg werk op me ligt te wachten. Ik word daar dan ook soms nog chagrijnig bij. Als ik het met ontspanning zou kunnen doen zou het mooi zijn.

Dus…..

Programmatuur die bij mij begint te draaien heeft dus te maken met hoge eisen stellen, falen als je die niet haalt, dat de boel naar de haaien gaat als ik het niet doe, berisping en bestraffing en met de wetenschap dat er nog veeeeeel meer te doen.

Lekker pakketje! Geen wonder dat ik geen zin heb, zowel in het huishouden doen als in het aangaan van dit onderwerp.
Dit laatste geeft me al rust. Het is al zoveel jaar een blok aan mijn been en daar had ik mezelf ook al om berispt, maar nu heb ik daar in ieder geval wat liefde en begrip omheen.

De moeder-norm

Ik denk dat velen van ons een perfecte-moeder-norm hebben. In de jaren 70 werden de strenge normen waar moeder-de vrouw zich aan diende te houden wat losgeweekt, maar dit drong pas verder door in de jaren 80. En dat opvattingen veranderden betekende nog niet dat ons moeders (en vaders) gedrág direct veranderde, zij hadden ook zo hun diepe imprints.
Mijn moeder was erg goed toegerust op het huishouden. Zij heeft een zogenaamde ‘blauwe’ persoonlijkheid uit het DISC-systeem. Dat betekent dat zij onder andere nauwkeuring en gedetailleerd is en houdt van structuur. Daarnaast heeft zij een jaar vormingsklas gevolgd waarbij ze leerde een huishouden te voeren. Ik vraag je: “Waarom hebben wij dat nooit geleerd? Wij moeten het maar gewoon doen!” Maar goed….

bron: qcpp.nl
bron: qcpp.nl

Ik daarentegen ben ‘geel’ en dat betekent in DISC-taal onder andere expressief, overhaast en opgewonden. En da’s helemaal niet handig in het huishouden kan ik je vertellen!

De moeder-norm loslaten

Dat is best lastig. Ik merk dat hij als stem erg opspeelt als ze op bezoek komt en eigenlijk de inhoud van mijn strenge, berispende stem vult met inhoud. Ik moet daar echt differentiëren. Elke keer hardop in mijn hoofd zeggen: “Dit is míjn huis(houden) en mijn norm is….” Ja, dat zou misschien wel mooi zijn: als ik een eigen norm zou stellen. Dus in plaats van: “Je bent pas succesvol als er niets meer hoeft te gebeuren cq alles aan kant is.” iets van: “Ik ben tevreden als het huis 70% aan kant is, er geen echte vieze plekken zijn (zoals vieze wc) en de sfeer goed is.” of iets dergelijks. Dat ga ik doen. Elke keer als die strenge norm in mij opgeld doet ga ik dat zeggen, en kijken of dat werkt.

Toevoeginkje: Later vroeg ik aan mijn man wat zijn norm is en hij zei: 95% opgeruimd en geen echt vieze plekken. Oké, daar kunnen we wat mee. Op basis hiervan kunnen we best wat afspraken maken over wat we prioriteit geven en wie wat doet en dan worden we misschien nog wel allebei blij!

Als ík het niet doe, gebeurt het niet!

Deze opvatting jaagt me helemáál over de kling. Moet je je voorstellen: ik sta al tegenover zo’n onmetelijke berg die misschien wel over me heen gaat vallen en íets zegt: “Ja, je moet het ook nog hélémaal alleen doen. NIE-MAND in de wijde wereld gaat jou helpen.”

Sja, het enige wat je dan eigenlijk nog kan doen is omrollen en je pootjes omhoog steken, toch?
Tijd om deze opvatting aan te pakken dus.

Bij mij is dit een diepe. Het is niet iets wat ik zomaar met tegenzinnen kan aanpakken zoals dat bij de straffende-ouderstem wel kan. Aangezien ik al een aardig aantal schematherapiesessies achter de rug heb, weet ik dat deze gedachte terugvoert op een heel vroeg ervaren eenzaamheid die zo fundamenteel is, en die ik met twee beelden, die ikzelf kreeg in die sessies, kan aanduiden. Het ene beeld is dat van een blote baby die liggend in een hoek eenzaam schreeuwt voor haar leven en één beeld waarbij er een blote baby alleenig ligt op een koud, eenzaam maanlandschap. Ze heeft het schreeuwen al opgegeven en leeft alleen uitwendig nog maar.

Hoe werkt dit door?

Zo alleen heb ik me gevoeld en dat keert terug in mijn leven op twee manieren. Eén omdat ik ergens verwacht dat iedereen mij een keer verlaat en twee omdat ik dat ook steeds bevestigd zie. En dat is een schema. Een verhaal dat je zelf gelooft over je leven en dat blijft bestaan doordat je er steeds bewijzen van ziet. Tegenbewijs zie je niet. (Voor meer hierover, zie het artikel Advocaat van de duivel.)

Het betekent in ieder geval dat ik hier gevoelig voor ben en snel in getriggerd wordt. Bijvoorbeeld de coping van mijn man om soms struisvogel te spelen met betrekking tot het huishouden is geen lekkere voor mij. En ik kan daar ook ontzettend kwaad om worden omdat het mij zo’n zeer doet: ik voel me echt heel erg in de steek gelaten als hij dat doet.

Wat ik hieraan kan doen? Ik weet het eigenlijk niet.
In ieder geval met hem blijven praten over het huishouden en hem meenemen in mijn ontwikkeling daarover nu ik deze stukken schrijf en hopen dat we uitkomen op een gezamenlijke benadering en afspraken over het huishouden.

Ik moet het goed doen voor mijn kinderen

Alweer zo’n lekkere zweep: voor jezelf hoeft het niet, maar voor je kinderen wel, anders ben je een slechte moeder! Uulggh!
Hier kunnen we korte metten mee maken: dit is een kromme gedachte. Als ik me ga houden aan mijn eigen norm, dan is die goed genoeg voor mijn kinderen. Elke keer als ik deze gedachte dus ook maar voel sluimeren druk ik hem hiermee de kop in! Zo!

Straffende ouder – revisited

Op 23 maart 2020 schreef ik een blogpost over wat je in de basis moet doen met straffende ouderstemmetjes die je hoofd produceert. Kort gezegd is het devies dat de knauw die deze stem uitdeelt niet incasseert en daarmee een nieuwe blauwe gevoelsplek oploopt, maar dat je dat (bijna) behandeld als een externe stem waartegen je keihard “STOP” zegt en zoveel tegengas geeft dat hij stopt en daarbovenop het liefst de kwestie herpositioneren vanuit een positieve attitude naar jezelf (oftewel vanuit de Gezonde Volwassene modus; hierover volgt binnenkort een post).

Monster weer terug?

In dit geval moet je hetzelfde doen. Het duurde echter ook weer even voordat ik überhaupt helder had dat die stemmetjes er waren. Tenzij je constant in zelf-psychologie-analyse-modus bent, maar wie is dat nou, is vaak niet meteen helder wat er speelt. Het kost wat tijd (dagen/weken) om af te stemmen op de inhoud van het probleem wat je wilt oplossen. In mijn geval nu het huishouden. Het duurde enige tijd nadat ik mezelf de vraag had gesteld wat het toch was met dat huishouden en mij, voordat me duidelijk werd dat er straffende ouderstemmetjes speelden. En nog wat langer voordat ik merkte hoevéél en hoevaak en hoe killingstreng en invloedrijk die zinnetjes zijn op mijn gemoed.

Ik was er ook verbaasd over. Ik had die straffende ouder toch het raam uitgezet in maart? Ik wist toch hoe het werkte? Nu denk ik dat het misschien dieper zit in je persoonlijkheid en dat het altijd weer voor kan komen in een situatie dat die strenge stem je plaagt.

Ik heb nu echt een paar weken moeten vechten met die zinnetjes; elke keer maar weer stop zeggen en ze op hun plaats zetten en er een ‘normale’ gedachte voor in de plaats zetten. In eerste instantie werden die stemmen sterker, ook nog, en dacht ik dat het me niet zou lukken. Maar na 2,5 week ongeveer wordt het beduidend stiller. Gelukkig….

Haast

Dan het laatste puntje van de lijst: de haast waarmee ik elke klus aanpak: alsof ik nog maar beperkte tijd heb om de hele berg weg te werken. Ik klem mijn kaken op elkaar als ik ga zuigen, stoffen of de was ophang en GA ERVOOR! Met kramp inmijn kaken dus.

Geeft me dat even een onplezierig nu zeg!
In de ‘instructie’ van de 3*20 minutenhuishoudstructuur stond: doe absoluut niet meer dan die 20 minuten. En dat was lastig! Maar als ik de knop omzet en dat echt niet doe, dan krijg ik rust. En ik heb ook gevoeld dat als ik de berg in mijn hoofd terugbreng naar die ene 20 minuten die ik op dat moment doe, ik ook in het moment kom en uit de ‘er ligt nog zo’n enorme berg’-stress. En wat is dát fijn: mijn hele wezen ontspant dan en het is bijna louterend!

Volgende stap

Nu heb ik dus a) een nieuwe huishoudstructuur bedacht, b) mijn oude programmatuur opgesnord en c) voldoende dingen bedacht om die oude programmatuur mee af te bouwen. Nu komt dus stap 3 en 4 van mijn bevrijdingspad aan de orde. Aan de slag met het afbouwen/ontkrachten van de oude programmatuur en ondervinden hoe de nieuwe structuur passend te maken is. Lees mijn bevindingen in het derde en laatste deel van dit drieluik.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *