Het huishouden I – dagboek 2 januari 2021

Wat?! Serieus! Wat doet een post over zoiets triviaals als het huishouden nou op een site als deze?!
Nou, dat zal ik je vertellen: omdat het een giga-struikelblok kan zijn, waar, als je er de moeite voor neemt, ván álles in te ontdekken valt. Ik zal het je niet aandoen om ze allemaal te beschrijven, anders zat je nu wel een boek te lezen en geen blog, maar de meest interessante haal ik eruit.

De roepende berg

Voor mij is het huishouden, inclusief administratie, een e-norme berg. Zeg de Kilimanjaro, of voor mijn part de Mont Blanc, want die kom ik ook niet op. Alles in mijn huis wat ik tegenkom dat nog gedaan moet worden, bv de uitpuilende boekenkast, het verrommelde plekje bij de wasmaschien, de wc’s, de schoenenberg, op te zeggen abonnementen of juist iets wat uitgezocht moet worden (bv het thuisonderwijs gaat in de lockdown2-periode opeens he-le-maal anders georganiseerd worden, joepie!). Voor mij roepen al deze afzonderlijke activiteiten het beeld op van dat ze onderdeel zijn van een berg, die alleen maar groter kan worden.
Niet dat mijn huis een bende is overigens, het is een gewoon huishouden met twee kinderen waar gewoon altijd van alles gedaan moet worden.

Het gevolg van mijn ‘berg-gevoel’ is ook , dat ik slechts met uitzondering aan een klus begin, omdat dat gepaard gaat met het voelen van de berg op mijn schouders en dus echt niet lollig is, laat staan een ontspannen karweitje.

Manlief en ik

Grofweg alleen in de kerst- en zomervakantie komen mijn man en ik ertoe een uitmestdag te hebben. Verder hebben we eens per week een hulp (maar nu in de lockdown niet omdat ons Nederlanders is gevraagd het aantal contacten te minimaliseren, ouch) en doen we dingen ‘die echt niet meer kunnen zo’.
Mijn man is er goed in om te ontspannen midden in een ontplofte woonkamer en dat vind ik best knap: hij doet wat hij kan en meer niet. Het gevolg is dat hij niet overspannen wordt (plusje) maar hij steekt daarmee ook zijn koppie in het zand waardoor het werk niet gedaan wordt (minnetje) en ik het gevoel heb dat ik er alleen voor sta (zwáár minnetje en bron van irritatie en ruzie).

Ik wil niet!

Vanmiddag kreeg ik een sneeuwbal achter in mijn broek gestopt, je kent het wel, en ineens was de pret over voor mij. Ik ging alleen weer naar binnen om het smeltwater te stelpen en ik moest bijna huilen. Waarom eigenlijk? In mijn hoofd ging het zinnetje: “Ik wíl het niet! Ik wíl het niet! Ik wíl het niet” maar door en door. Nee, ik wilde geen sneeuwbal in mijn broek maar belangrijker nog: ik wilde nog veel meer niet meer. Niet meer gedwongen worden tot dingen die ik niet zelf wil. Niet meer de hele tijd paraat staan voor vragen van kinderen die hulp nodig hebben bij het huiswerk, niet meer zo verstandig zijn de hele tijd. Niet meer nooit puf hebben om te schilderen of een blog te schrijven. En, niet meer de hele tijd in contact staan met andere mensen, hoe lief ook.

Het was (mede door corona) duidelijk tijd voor een avond alleen in een hotel en dat heb ik gedaan. En daar dacht ik verder over mijn issue met het huishouden.

Mijn berg: móéten en niet willen

Ik merkte dat ik zoveel MOEST! En om het maar even bij het huishouden te houden: ik was enkele dagen geleden een schoonmaakapp gestart die mij elke dag een paar taakjes geeft. “Fijn,” dacht ik, “dan hoef ik niet meer over die berg na te denken, dat doet mijn app (lees: soort van surrogaatmoeder) wel, ik hoef me maar druk te maken om één of twee taken.” Tot ik het niet meer bijhield en nu achterstallige taken me in mijn nek hijgen, NÉÉ HÈ!! Ik ben weer terug bij af.

Eerst de berg en nu de app zijn verworden tot een stoïcijnse en genadeloze, ja wat eigenlijk. Mens? Nou, niet veel menselijks aan. Drill instructor? Hm, die communiceert in ieder geval nog, al is het wat eenzijdig. Dit was als een soort stille, maar dwingende en met straf dreigende, ja wat?
Als we het in het menselijke trekken, en dat is wel handig als ik er het gesprek mee aan wil gaan, dat wordt het een combinatie van een straffende ouder en een negerende (kritische) ouder. Met tekst als:

“Het maakt me niet uit wat jij wel of niet kunt, ik gooi gewoon overal rotzooi en viezigheid neer en jij knapt het maar op. En als je dat niet doet, ga ik je in je hoofd berispen als iets er lang ligt. En nee, het kan niet minder met de taken, ik richt me al op een zesje en geen acht. Dit is gewoon het leven.”

Anderen

En hoe doen anderen het? Ik heb eens een beetje rondgevraagd en er blijkt dat de meeste mensen het niet super georganiseerd hebben. Er zijn wel wat taken verdeeld en hooguit een schoonmaakuurtje op zaterdagmorgen afgesproken en zo blijft er veel liggen. Ook die mensen hebben er frustraties van, aanbidden hun schoonma(a)k(st)er en hebben irritaties naar hun partner. Op internetfora wordt (heerlijk) steen en been geklaagd over de hoeveelheid werk en de oneerlijke verdeling tussen de seksen.

Ook zijn er mensen bij wie het wel goed loopt. Wat me bij deze mensen opviel was dat er drie dingen geregeld waren:

  • er was (een zekere) structuur in het werk,
  • ze hadden nauwelijks last van hang ups,
  • er waren een paar waarden goed geborgd waardoor ze zich fijn voelden bij hun structuur.

Naast de relativerende bemerking dat zo ongeveer ieder stel/gezin hiermee kampt, wil ik me toch graag bevrijden van die enorme druk die ik ervaar bij het tegenkomen van ongedaan werk.

Pad naar bevrijding

En hoe denk ik mezelf daar dan van te bevrijden? En jou misschien ook nog een steuntje in de rug te bieden?
Well: voor de vuist weg moet ik misschien het volgende doen.

  1. enige structuur aanbrengen in schoonmaken en klussen doen
  2. hang ups: opsnorren welke oude programmatuur er nog draait die mij dwars zit
    En vervolgens
  3. die structuur doen en bijstellen totdat die past, zowel praktisch als op wat ik belangrijk vind (waarden)
  4. die oude programmatuur afbouwen

Klinkt als een plan.

Structuur

Hier wil ik in deze post kort over zijn. Ik heb gebrowsd op internet en wat beschrijvingen van boeken over het huishouden gelezen en ik kwam grofweg de volgende opties tegen.

  1. Dingen laten liggen tot ze zich dwingend aandienen.
  2. Eén vast moment in de week nemen om zaken te doen. Als er in de tussentijd iets bovenkomt: opschrijven en niet doen, daardoor kun je het loslaten
  3. Reserveer 3 maal 20 minuten per dag: 1e 20: reguliere klussen zoals aanrecht, bed opmaken etc. 2e 20: 3* 5 minuten opruimen in de 3 rommeligste kamers, 3e 20: één schoonmaakklus.
  4. Koppel elke ruimte aan een weekdag en één dag aan administratie.

Ik ga het volgende doen. Ik kies niet voor optie 1 aangezien er zaken zijn die heel belangrijk zijn maar zich nooit dwingend zullen laten voelen, bijvoorbeeld je kind dat nooit buiten speelt op sport zetten terwijl hij of zij niet zo nodig hoeft. Optie 4 voelt of ik dan de hele dag wat moet en bij optie 2 gebeurt er gewoonweg te weinig. Voor mij is het dus optie 3. En aangezien ik herstellende ben ga ik er niet te streng mee om: als ik op een dag alleen tot blok 1 kom, zij dat zo (hoop ik).

Op pad, de berg op

Ik ga dit doen, maar voel wel frisse tegenzin c.q. weerstand. Nu ga ik dus toch die berg op, terwijl alles in me zegt dat (ik) dat niet kan. Dit is misschien wel het zwaarste deel van de trip: ik ga iets doen waar mijn hele systeem tegen gekant is, waarvan ik overtuigd ben dat ik het niet (aan) kan en waarbij ik letterlijk door mijn weerstand moet duwen de eerste tijd. Worstelen dus. Prima, zolang ik maar weer bovenkom.

Meer in deel II……..

1 Comment

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *