Overige basismodi: de beschermers

Om het basisoverzicht van schematherapie compleet te maken, dien ik jullie nog te vertellen over de modus van de beschermer èn, in een volgend blog, over schema’s.

Wanneer de basis compleet is, zal ik nog enkele overige kindmodi toelichten en daarna duiken we de persoonlijke modi in: modi die voor geen enkel persoon gelijk zijn. Maar voor vandaag dus: de beschermer.

De beschermer

Om met de deur in huis te vallen: de beschermer beschermt tegen pijnlijke gevoelens. Hij/zij zorgt dat deze niet gevoeld worden door bijvoorbeeld boos te worden op een ander (boze beschermer) of veel te gamen, televisie te kijken of drugs te gebruiken (kop-in-het-zand- oftewel vermijdende beschermer.)
En deze beschermers zijn goed in hun werk. Ze beschermen je een tijd lang tegen al te pijnlijke gevoelens en dat heb je nodig. Totdat je iets anders nodig hebt.

Soms gaan die beschermers je in de weg zitten. Bijvoorbeeld doordat je je niet meer ontwikkelt. En dat wordt je dan bijvoorbeeld weer duidelijk doordat mensen om je heen zich beklagen over je gedrag: ‘Je gamet zoveel, ik zie je nauwelijks, en ik heb het al 100 kéér gevraagd!’ Of dat ze zich niet beklagen maar dat je vrienden verliest doordat je nèt wat te vaak boos op ze bent geworden.

Is het dan zó erg?

Maar waarom dóén we dat dan, ons zo gedragen? Want ergens wéten we wel dat het niet optimaal is en we wíllen wel veranderen, maar het lùkt vaak niet. Well, dat komt omdat die gevoelens echt heel pijnlijk zijn. Zo erg? Ja. Het gaat vaak om diep gevoelde pijn die we ergens in ons leven hebben opgedaan. Hetzij eenmalig, hetzij door herhaling, waardoor zich een verhaal over jezelf zich heeft gevormd. Bijvoorbeeld iets in de trant van ‘Ik ben toch niet goed genoeg.’ of ‘Iedereen verlaat me toch vroeg of laat.’ of ‘Ik heb niemand nodig.’ of ‘Pas als een ander zegt dat ik iets goed doe, is het zo.’ En dit zijn nou schema’s.
Of, in ieder geval voorbeelden daarvan.

En wat nu?

Tja, en hoe breek je dan met dat gedrag?
Door het gamen of het drugsgebruik of wat het dan ook is, als beschermer te zien én te verbeelden ga je dat stuk van je gedrag heel scherp zien. Ga maar eens op een stoel zitten en wees helemaal die beschermer: neem de bijpassende houding aan, bedenk wat hij of zij aanheeft, welke uitstraling erbij past en wata hij/zij zou zeggen.
Vlot het niet zo, bedenk dan dat er iemand tegenover je zit die je aanspreekt met: ‘Hé, stop eens met …… (gamen, etc.) ….!’ Hoogstwaarschijnlijk zeg je dan: ‘Nee, echt niet!’ en kan de ander vragen ‘Hoezo niet?’ En dan komt er een verhaal waarom die beschermer zo goed is. Als je hier mee speelt, kun je heel wat informatie bovenhalen over dat karakter.
Maak hem ook niet slecht, die beschermer, veroordeel hem niet. Hij doet gewoon waar-ie goed in is, héél goed.

Toch niet doen wat de beschermer wil

En dan is daar nog de gezonde volwassene. Misschien is die niet zo in beeld als je helemaal in de beschermermodus zit. Maar hij/zij zit in ieder geval waarschijnlijk in dat stemmetje dat wel weet dat het wegduiken of boos worden niet helemaal je van het is. Lees in mijn blog ‘De groei van de Gezonde Volwassene‘ hoe je hem/haar boven tafel krijgt.

Wanneer je het stoelenspel doet, kun je als de Gezonde Volwassene plaatsnemen in een stoel tegenover of naast de beschermer.
En de Gezonde Volwassene is uiteindelijk degene die beslist. Deze kan dus zeggen:

‘Beste beschermer, ik zie hoe hard je werkt om mij te beschermen en dank daarvoor. Dank dat je mij al die jaren tegen zoveel hartzeer hebt beschermd, het heeft me ontzettend geholpen. Maar je was ook de baas, jij stuurde te vaak mijn keuzes. En vanaf nu, sta IK aan het stuur. Jij mag jezelf kenbaar maken, maar IK beslis of ik je advies ga volgen of dat ik dat op dat moment niet wil.
En de pijn, waar jij me zo voor beschermde, die ga ik nu zelf dragen. Ik ga hem voelen, erom rouwen, mezelf troosten en af en toe experimenteren om mijn schulp weer uit te kruipen.’

De pijn

En dat laatste is wel de sleutel. Je moet gaan dealen met de onderliggende pijn. En als je het helemaal zelf kunt, is dat superknap, maar schroom niet om je daarbij te laten helpen door een schematherapeut. Dankzij de bijzondere insteek van het therapeut-zijn bij deze soort therapie, vind je ook een luisterend oor en af en toe een arm om je schouder, en dat kunnen we allemáál wel eens gebruiken, niet-waar?

1 Comment

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *